“De volgende dag weet ik al niet meer waar het over ging”

“De volgende dag weet ik al niet meer waar het over ging”

Dit artikel en bijbehorende reportage maakte ik voor mijn opleiding Journalistiek.

Recent zetten veel middelbare scholen vraagtekens bij de zogenaamde toetscultuur. Scholen zouden te veel toetsen opgeven en zien hierdoor veel gestreste leerlingen, die alleen hun best doen voor school als het gaat om hun cijfers. Dit kan behoorlijk nadelig zijn voor de leerlingen.

Brenda Zwarthoed is docent geschiedenis aan de Openbare Scholengemeenschap Willem Blaeu in Alkmaar. Zwarthoed stelt vast dat scholen zijn doorgeslagen met het geven van toetsen. “Kinderen leren voor die ene toets en die hebben ze dan op woensdag, maar dan zijn ze het [de leerstof] op donderdag eigenlijk alweer vergeten. Op dat moment is het [de toets] niet meer het belangrijkste, want dan gaan ze weer naar de volgende toets, omdat ze er zoveel hebben.”

De 15-jarige Philip zit in 4 Havo van het Jac. P. Thijsse College in Castricum. Hij voelt de druk van de toetscultuur: “Ik weet nooit wanneer ik moet beginnen en wanneer ik wat moet doen, dus uiteindelijk is het op het laatste moment stress. De volgende dag weet ik al niet meer waar het over ging”. Philip is niet de enige die stress ervaart door school, 35 procent van de jongens en 42 procent van de meisjes tussen 11 en 16 jaar ervaart druk door schoolwerk. Dit blijkt uit een onderzoek van het Trimbos Instituut, Universiteit Utrecht en het Sociaal Cultureel Planbureau, uitgevoerd in 2018.

Scholen in Nederland mogen zelf bepalen hoeveel toetsen zij geven. In Nederland zijn namelijk geen landelijke regels opgesteld over het aantal toetsen. Veel scholen hebben zelf richtlijnen bedacht over het aantal toetsen en dit gepubliceerd in het schoolreglement of in het Programma voor Toetsing en Afsluiting. In de onderbouw van het vwo en gymnasium op het Berlage Lyceum in Amsterdam mogen leerlingen bijvoorbeeld maximaal vijf proefwerken per week krijgen. Leerlingen in de eerste tot en met de derde klas van het Praedinius Gymnasium in Groningen mogen per week maximaal vier proefwerken maken.

Sommige scholen veranderen het toetssysteem al drastisch; zij hanteren sinds kort ‘formatieve evaluatie’. Deze methode kan bijdragen aan betere leerprestaties, hogere motivatie en meer eigenaarschap van leerlingen. Het omvat bijvoorbeeld quizzen en klassikale projecten in plaats van overhoringen. Daarnaast wordt minder gewerkt met cijfers en is het geven van feedback van groot belang. Leerlingen weten beter wat zij moeten leren en worden op de lange termijn gemotiveerder. Docenten kunnen beter bijsturen wanneer een leerling iets niet snapt.

Leraren die formatieve evaluatie inzetten, maken vaak gebruik van de interactieve online tool Kahoot. Dit onderwijsplatform met multiple choice-quizzen stelt de leerlingen in staat via hun mobiele telefoon de vragen te beantwoorden. De leraar kan deze quiz aanmaken en de leerling met de meeste juist beantwoorde vragen wint. Zwarthoed is echter niet bijzonder te spreken over Kahoot in het onderwijs. “Wat je merkt met dingen zoals Kahoot, die zijn in het begin heel erg populair onder de leerlingen, maar Kahoot wordt nu al zes jaar gebruikt en dan is het niet meer leuk. De kinderen vinden het niet meer cool en het is niet meer nieuw. Aan Kahoot zit ook een systeem vast dat degene die de meeste punten haalt, wint. Je moet het snelst geantwoord hebben en het beste antwoord hebben gegeven en dan win je. Maar, wat ik zie is dat kinderen die na vier vragen helemaal onderaan staan, niet meer hun best doen omdat ze toch niet meer kunnen winnen. Dan krijg je uiteindelijk niet de hele groep mee en weet je nog steeds niet of iedereen het begrijpt.”

Een ander bekend fenomeen in het onderwijs zijn de montessorischolen. Het uitgangspunt van montessorionderwijs is de drang tot zelfontwikkeling van kinderen. Het onderwijs is niet gestandaardiseerd, maar is onderhevig aan de behoeften van de leerling. Hierbij wordt het werk van de leerlingen nauwelijks vergeleken met dat van anderen en worden geen cijfers gegeven.

Een ideaal toetssyteem volgens Zwarthoed behelst minder toetsen, maar ook een andere invulling van de toetsen. “Nu zijn de toetsen heel erg gedetailleerd en niet echt over wat je er later mee kunt. Het is maar gewoon stom dingen vragen, omdat ze het maar moeten weten. Heel veel van die kleine dingetjes hoeven ze helemaal niet te weten, niet in de toekomst in ieder geval.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s